Arjan Hut, 0506

    Over: Arjan Hut, 0506. Stadsgedichten & Klokslag van Leeuwarden / Stedsgedichten & Klokslach fan Ljouwert, Bornmeer, Ljouwert/Utert 2007.

Arjan Hut, 0506In januari 2005 werd Arjan Hut (1976) benoemd tot eerste stadsdichter van Leeuwarden. Hut was al enige tijd actief op literaire manifestaties en websites (met name de jongerensite Doar) en had in 2004 zijn debuutbundel Nachtswimmers gepubliceerd, die overwegend positief ontvangen was. De benoeming tot stadsdichter gold voor twee jaar en Hut heeft zich in die periode ruimschoots van zijn taken gekweten (een overzicht van zijn activiteiten staat op zijn weblog liwwadden0506). De literaire oogst van zijn stadsdichterschap is nu opgeslagen in de bundel 0506, waarvan de titel refereert aan Huts ambtsperiode als stadsdichter.

Huts tweede bundel bevat 22 gedichten, waarvan er twintig ondergebracht zijn in de afdelingen ‘Stadsgedichten’ en ‘Klokslag van Leeuwarden’. Het gedicht ‘Plankenkoorts’, waarin een dichter-performer zich moed inspreekt, gaat aan die beide afdelingen vooraf. Het gedicht ‘Mata Hari’ volgt als een onverwachte toegift na de inhoudsopgave en het colofon, helemaal achterin het boek. Conform de opdracht die een stadsdichter meekrijgt, bevat 0506 met name gelegenheidswerk. De bundel is deels een soort Leeuwarder Het aanzien van in dichtvorm: zo passeren burgemeester Geert Dales, het slachtoffer van zinloos geweld Manuel Fetter, de noodlijdende voetbalclub Cambuur en het spraakmakende K.U.T.-schilderij van Alfred H. Stucki de revue. Daarnaast bevat het typisch Leeuwarder ‘gesproken ansichten’ van het Keetwaltje, de Oost-Indische Wijk, de Centraal Apotheek en uiteraard de Oldehove.

Zoals altijd bij gelegenheidswerk dringt de vraag zich op of het gedicht zijn aanleiding weet te overstijgen, of het voldoende poëtische kwaliteit heeft om op eigen benen te staan. Verder lijkt ten minste een deel van de gedichten te zijn gemaakt om te worden voorgedragen, wat de vraag oproept of ze op papier, zonder performance, hun zeggingskracht behouden hebben. Hun aanleiding en hun eerste presentatievorm zijn het karakter van de meeste gedichten in 0506 onmiskenbaar blijven bepalen. Toch heeft de bundel wel poëtisch bestaansrecht. Hut hanteert zijn taal doorgaans speels, associatief en beeldend, en meer dan eens op een effectieve, doelgerichte manier, waardoor zijn gedichten vitaliteit uitstralen.

Een derde aspect dat een vraag oproept, is de meertaligheid ervan. Wie tot stadsdichter van Leeuwarden gebombardeerd wordt, ziet zichzelf geplaatst in een taalsituatie die enigszins vergelijkbaar is met die van Brussel, zij het zonder de grimmigheid daarvan. De Oldehove is immers een torentje van Babel waaronder Fries, Nederlands en Liwwadders gesproken wordt. Hut doet daar in zijn bundel recht aan door gedichten in elk van de drie tongslagen op te nemen. Zeventien gedichten zijn afgedrukt in een Nederlands- en een Friestalige versie, twee zijn opgenomen in zowel het Nederlands als het Liwwadders, twee gedichten kennen alleen een Nederlandstalige versie en één gedicht is enkel Friestalig.

Het voorkomen van twee equivalenten van een gedicht nodigt uit tot vergelijken. Dan blijkt het Fries of Liwwadders van Arjan Hut kernachtiger dan zijn Nederlands. Een rigide vertaalopvatting kan daarvan niet de oorzaak zijn: er zijn verschillende dichtregels waarvan beide versies nogal van elkaar weglopen. De vertaling van ‘prachtige vlam’ met ‘prachtige faam’ in plaats van ‘prachtige flam’ zal wel berusten op een zetfout.

    Niet eerder gepubliceerd, augustus 2007.
This entry was posted in 2000–2007 and tagged , , , , . Bookmark the permalink.