{"id":438,"date":"2013-02-16T02:00:59","date_gmt":"2013-02-16T01:00:59","guid":{"rendered":"http:\/\/konsenylje.wordpress.com\/?p=438"},"modified":"2013-05-16T16:36:47","modified_gmt":"2013-05-16T14:36:47","slug":"albertina-soepboer-de-stobbewylch","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/?p=438","title":{"rendered":"Albertina Soepboer, De stobbewylch"},"content":{"rendered":"<ul>Over: Albertina Soepboer, <i>De stobbewylch<\/i>, Utjouwerij Bornmeer, Ljouwert 2000.<\/ul>\n<p>Er zit veel herinnering in <i>De stobbewylch<\/i>, vooral aan de jeugd maar ook aan voorbije liefde. Veelzeggend is dat het inleidende en het afsluitende gedicht beide geschreven zijn vanuit het perspectief van een kind \u2013 \u2018Letter soe ik wol grut wurde\u2019 \u2013 dat een schuilplaats heeft bij een \u2018stobbewylch\u2019: de knotwilg waaraan de bundel zijn titel ontleent. De \u2018ik\u2019 in een aantal gedichten keert terug naar het landschap van haar verleden, dat aan zee en in het Noorden ligt, en reist, herinneringen ophalend, tussen toen en nu. Behalve door de tijd, die zich misschien binnen het gedicht even laat manipuleren \u2013 stilzetting, omkering \u2013 maar verder onverbiddelijk is, bestaat er ook afstand vanwege de ontoereikendheid van taal: \u2018wy witte dat \u00fas taal stjert\u2019, \u2018yn praattaal koe ik my net uterje\u2019, \u2018en ik de wurden net mear weromfine kin\u2019, \u2018ik kin dyn taal net teplak bringe\u2019.<\/p>\n<p>Herinnering, begrensd door tijd en taal, is vooral thema in de eerste en grootste afdeling (tien gedichten) van de bundel, \u2018Oan it Waad\u2019. De vier gedichten in de tweede afdeling, \u2018Havensankjes\u2019, zijn zeemansliederen, waarin een wat archetypische sfeer van het leven op zee tot uitdrukking komt en waarin een \u2018ik\u2019 afwezig is. In de eerste drie gedichten wordt daarbij speels ge\u00ebxperimenteerd met opsomming, herhaling en omzetting van woorden, waarmee het onophoudelijke klotsen van de zee lijkt te resoneren in de tekst. Ook de typografie is minder alledaags, met name in \u2018De wynroas\u2019: daarin zijn telkens vier regels \u2013 voor elke windstreek \u00e9\u00e9n \u2013 om een stip gegroepeerd als de letters N, O, Z en W rond een windroos. Het zijn zowel ongebruikelijke als effectieve middelen, die, met alle verschil, herinneren aan wat Jaep de Jong liet zien in zijn bundel <i>Oare plakken<\/i> uit 1985.<\/p>\n<p>Zeker na deze \u2018Havensankjes\u2019 valt de derde afdeling, \u2018De helden op \u2019e br\u00eage\u2019, tegen. De vier gedichten in die afdeling lijken nog te veel vast te zitten aan een anekdotische aanleiding die de lezer niet kent en spreken daardoor weinig aan. In het daaropvolgende lange \u2018Liet van dea en leafde\u2019, dat een eigen afdeling vormt, bestaat weer wel evenwicht tussen het particuliere en dat wat dichter en lezer bindt. Het ballade-achtige treurlied bij het afscheid van een geliefde, een elegie bijna, combineert soms verrassende metaforen (\u2018dyn wurden falle as \u00e2ld wetter\u2019, \u2018dyn liif leit als twiljocht n\u00east my\u2019) met gedragen en gewichtig po\u00ebtisch jargon (\u2018dearead is leafde is readdea\u2019, \u2018om te witten wat \u00fas siel bewennet\u2019). Het is bijna bombastisch, maar binnen de context misschien toch niet onfunctioneel.<\/p>\n<p>Ballade-achtig opgebouwde gedichten met al dan niet gevarieerde stockregels komen binnen <i>De stobbewylch<\/i> vaker voor. Ook aanwezig door de hele bundel heen is een landelijke, wat archa\u00efsche setting \u2013 zee, aarde, wolken, weiland, nacht, sterren, maan \u2013 met bijbehorende traditionele woordkeus en beeldspraak: \u2018De stjerren binne op b\u00ead gien\u2019. Veel droom ook, en de merkwaardig ge\u00ebxalteerde uitdrukking \u2018at myn skurte dyn sied opheint\u2019. Het gedicht \u2018De swalker\u2019 illustreert binnen \u00e9\u00e9n strofe dat de stijl van Soepboer soms nogal opzettelijk is maar ook veel subtieler kan zijn: de tegenstelling oud\u2013nieuw in \u2018Alde mantsjes stjonke nei nije jarre\u2019 is naar mijn smaak te makkelijk, maar dat die naar verse gier riekende opaatjes \u2018de eare yn \u2019e groeden fan \u2019e Fryske gr\u00fbn\u2019 verspreiden, vind ik een aardige concretisering van sleetse regels uit een in Heerenveen veelvuldig gezongen refrein. Jammer dat die reminiscentie verderop in de bundel weer ge\u00ebxpliciteerd wordt doordat de betreffende regels uit het Friese volkslied afgedrukt zijn als motto voor het \u2018Liet van dea en leafde\u2019. Ook de andere afdelingen hebben elk een motto meegekregen, en van elk van hen ontgaat mij de relevantie; ze lijken niets toe te voegen en doen eerder afbreuk aan de eenheid van de bundel.<\/p>\n<p><i>De stobbewylch<\/i> is dus in meerdere opzichten weinig vernieuwend of zelfs maar eigentijds te noemen. Misschien hoeft dat ook niet, zelfs al is Soepboer, zoals de achterflap meedeelt, van lichting \u201969. Misschien is het voldoende dat uit de bundel desalniettemin een onmiskenbaar eigen geluid opklinkt en dat in elk geval de \u2018Havensankjes\u2019 toch van experimenterende creativiteit getuigen. Zo bezien verdient <i>De stobbewylch<\/i> dan binnen het huidige aanbod van Friese po\u00ebzie zeker waardering.<\/p>\n<ul>Niet eerder gepubliceerd, maart 2001.<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Over: Albertina Soepboer, De stobbewylch, Utjouwerij Bornmeer, Ljouwert 2000. Er zit veel herinnering in De stobbewylch, vooral aan de jeugd maar ook aan voorbije liefde. Veelzeggend is dat het inleidende en het afsluitende gedicht beide geschreven zijn vanuit het perspectief &hellip; <a href=\"https:\/\/www.konsenylje.nl\/?p=438\">Fierder l\u00eaze <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[114],"tags":[11,55],"class_list":["post-438","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-114","tag-albertina-soepboer","tag-jaep-de-jong"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/438","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=438"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/438\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1011,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/438\/revisions\/1011"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=438"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=438"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=438"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}