{"id":466,"date":"2013-02-05T02:00:13","date_gmt":"2013-02-05T01:00:13","guid":{"rendered":"http:\/\/konsenylje.wordpress.com\/?p=466"},"modified":"2015-12-29T02:55:52","modified_gmt":"2015-12-29T01:55:52","slug":"tsead-bruinja-de-wizers-yn-it-read","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/?p=466","title":{"rendered":"Tsead Bruinja, De wizers yn it read"},"content":{"rendered":"<ul>Over: Tsead Bruinja, <i>De wizers yn it read<\/i>, Utjouwerij Bornmeer, Ljouwert 2000.<\/ul>\n<p>Het zesde gedicht in <i>De wizers yn it read<\/i> begint met: \u2018ik leau yn \u00fas taal\u2019, en eindigt met: \u2018myn Frysk is net geef \/\/ mar it is de taal d\u00ear\u2019t dit yn gebeurde\u2019. Tezamen met de vijf voorgaande gedichten vormt het een reeks waarin het ziekbed van een aan kanker lijdende moeder wordt geschetst in observerende, navrante zinnetjes. Zoals in het derde gedicht: \u2018mem sei tsjin myn maat \/ ik bin hartstikke keal \/\/ hy leaude it net \/\/ as in Stan Laurel \/ tilde se de pr\u00fbk op \/\/ sjoch mar\u2019. Volgens ene Sybolt alias Wiegert Sybrandy in <i>Kistwurk<\/i> I zou er heel wat aan die reeks mankeren \u2013 in \u2018as in Stan Laurel\u2019 zou \u2018in\u2019 overbodig zijn, bijvoorbeeld \u2013 maar naar mijn idee staat elk woord op de juiste plaats, met geen woord te veel. Het zesde gedicht dan vormt in al z\u2019n beknoptheid een afgeronde po\u00ebtica, waaraan de titel van de reeks, \u2018de deaden prate net mear mei my\u2019, een tragische draai geeft en waarvan de bundel zelf de concrete uitdrukking is.<\/p>\n<p>Veel caleidoscopischer is de reeks \u2018en no bin ik pake\u2019, waarmee de bundel eindigt. In dertien gedichten van uiteenlopende vorm en toonzetting bevat het herinneringen aan een bruuske grootvader, gekarakteriseerd als \u2018pake dy\u2019t beg\u00fbn mei ien ko \/ pake mei syn wiif d\u00ear\u2019t er sa \/ tsjin skelle koe dat se de broek \/ fol miigde\u2019, waarbij de band tussen grootvader en kleinzoon vooral bepaald lijkt te zijn door het gegeven dat de \u2018stikem hillich ferklearre\u2019 dochter van de een de overleden moeder van de ander is. Het laatste, veertiende gedicht van de reeks definieert de band \u00e9n de afstand tussen beiden in termen van taal, daarbij teruggrijpend op de eerste reeks: \u2018de deaden praten net mear mei my \/ mar wol mei him d\u00earom ha ik hjir \/ west en d\u00earom moat ik hjir wer wei\u2019.<\/p>\n<p>Tussen deze beide reeksen in, die de bundel cyclisch maken, bevinden zich nog vijf andere, met in totaal zeventien gedichten. In geen van die reeksen ontbreekt een element dat kenmerkend is voor de bundel als geheel; dat van dissociatie en desintegratie, optredend binnen familie- en liefdesrelaties dan wel binnen de eigen geest, als gevolg van ziekte, verslaving, verwijdering, dood. In talige zin wordt dat onder meer tastbaar gemaakt in wat voormelde Sybrandy krompraterij en dilettantisme noemt, maar wat naar mijn overtuiging juist voortkomt uit dichterlijk vermogen: de aaneengeregen en inelkaar overgaande, soms elliptische, niet door regelscheiding of interpunctie afgebakende zinnen als gejaagde monologen, die een toestand of moment proberen vast te houden zolang het nog kan. In twee van de drie gedichten die de reeks \u2018read\u2019 vormen, lijkt Bruinja er de angst voor het ooit kwijtraken van een geliefde mee te willen bezweren: \u2018leave lit tiid \u00fas fan inoar \u00f4fskuorre at wij ien foar ien \/ deageane wy slaan werom mei br\u00eagen fan wurden\u2019. Aan de vier gedichten van de duistere reeks \u2018berte fan it swarte hynder\u2019 verleent het een verontrustende geladenheid. Zou taal een compressiemeter zijn, dan staan de wijzers hier inderdaad behoorlijk in het rood.<\/p>\n<p>De bundel eindigt met een nawoord, waarin Bruinja zijn keuze voor het Fries toelicht en zich verontschuldigt voor zijn in eigen ogen gebrekkige beheersing ervan. De verstoorde balans tussen hoofd en hart kon alleen hersteld worden \u2013 Bruinja spreekt zelf van thuiskomen in zijn eigen lichaam \u2013 door te dichten in de moedertaal, ook al moest die daarvoor opnieuw ontdekt worden. Dit nawoord is helaas nogal esoterisch-therapeutisch aangezet en is \u2013 zeker na het po\u00ebticale zesde gedicht van de bundel \u2013 feitelijk overbodig. Iedereen die zich actief of passief met Friese literatuur bezighoudt, is vertrouwd met het dilemma: het op school onderwezen Nederlands is de vanzelfsprekende norm, het Fries een vaak onbegrepen keuze, die bovendien noodzaakt tot autodidactiek. Bruinja schiet in dat laatste trouwens helemaal niet tekort: zijn Fries is veel beter dan \u2013 nogmaals \u2013 Sybrandy wil doen geloven. Maar wat belangrijker is: de thematiek en de onmiskenbare po\u00ebtische kwaliteit van <i>De wizers yn it read<\/i> geven zelf al afdoende antwoord op de vraag waarom Bruinja\u2019s Friese debuutbundel niet in een andere taal geschreven had kunnen worden.<\/p>\n<ul>Niet eerder gepubliceerd, augustus 2001.<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Over: Tsead Bruinja, De wizers yn it read, Utjouwerij Bornmeer, Ljouwert 2000. Het zesde gedicht in De wizers yn it read begint met: \u2018ik leau yn \u00fas taal\u2019, en eindigt met: \u2018myn Frysk is net geef \/\/ mar it is &hellip; <a href=\"https:\/\/www.konsenylje.nl\/?p=466\">Fierder l\u00eaze <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[114],"tags":[83,89,94],"class_list":["post-466","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-114","tag-stan-laurel","tag-tsead-bruinja","tag-wiegert-sybrandy"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/466","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=466"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/466\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":6947,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/466\/revisions\/6947"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=466"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=466"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=466"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}