{"id":471,"date":"2013-02-09T02:00:00","date_gmt":"2013-02-09T01:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/konsenylje.wordpress.com\/?p=471"},"modified":"2021-12-31T13:23:21","modified_gmt":"2021-12-31T12:23:21","slug":"eeltsje-hettinga-dwingehof","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/?p=471","title":{"rendered":"Eeltsje Hettinga, Dwingeh\u00f4f"},"content":{"rendered":"<ul>Over: Eeltsje Hettinga, <i>Dwingeh\u00f4f<\/i>, Steven Sterk, Utrecht 2000.<\/ul>\n<p>De dichtbundel als omzoomde vuilstort van wat voorbijgaat: zoals eerder in zijn debuut <i>Akten fan winter<\/i> (1998) probeert Eeltsje Hettinga ook in <i>Dwingeh\u00f4f<\/i>, zijn tweede bundel, met grote inzet in taal te fixeren wat anders door de tijd uitgewist wordt als een foto in zonlicht. Taal ter bestrijding van vergetelheid en natuurlijk ook \u2013 het is maar een hanestap \u2013 van de dood: \u2018sa\u2019t ik te orearjen sit \/\/ dronken foar it faderl\u00e2n wei, as wie \/ der noch in taal, in wurd dat my \/ it gat fan dea kaam ticht te praten\u2019. Hettinga is een romantisch dichter, die aan taal metafysische waarde toekent.<\/p>\n<p>In het talig conserveren van wat was, speelt de jeugdherinnering en dus de provincie een centrale rol: de zestiendelige cyclus \u2018De lieten fan ferwinnen\u2019 vormt het hart en wat mij betreft ook het hoogtepunt van de bundel. Hettinga draagt er het stomme getuigenis dat achtergebleven voorwerpen afleggen van zijn moeder over in beeldende en klankrijke gedichten. Maar daarnaast is <i>Dwingeh\u00f4f<\/i> ook de niet-geposeerde neerslag van een kosmopolitisch blikveld van iemand die volgens diezelfde moeder \u2018yn bare frjemdte fersyld\u2019 is. De dichter is in permanente dialoog met de geschiedenis en cultuur van zijn tijd: de bundel bevat gedichten die reflecties zijn op (werk van) zowel Gysbert Japix, Douwe Tamminga en Gerrit Terpstra als Anna Achmatova, Max Beckmann en Edward Hopper, en beweegt zich in geografische zin tussen Bolsward en Los Angeles.<\/p>\n<p>Hettinga\u2019s taal is rijk, overdadig, breedsprakig. Hij heeft overduidelijk lust aan taal, getuige woordspel als \u2018h\u00f6lderjende tuorren\u2019, en buit de klankrijkdom en de idiomatische verscheidenheid van het Fries ten volle uit. Trucs om de taal pregnanter te maken, bestaan uit syntactische vervorming: veelvuldige achteropplaatsing van zinsobject en -subject en incidenteel ook weglating van lidwoorden. Tezamen met een overvloed aan korte bijzinnetjes en tegenwoordige deelwoorden verlenen ze Hettinga\u2019s Fries een bijna \u2018Romaans\u2019 vernis, dat het nadrukkelijk tot \u2018kunsttaal\u2019 verheft, maar het vaak ook hortend maakt. Daarnaast slaat de gedragenheid soms door in een nodeloze plechtstatigheid: \u2018Under it bonkehurde ljocht [&#8230;] is \u00fas it \u00fatsjoch tombe\u2019, \u2018sa\u2019t de dea \/ as klaai [&#8230;] dy de siele klonk\u2019, \u2018betink ik my myn steat fan tiid\u2019.<\/p>\n<p>Ook in andere opzichten is niet elk gedicht even geslaagd of passend binnen deze bundel. \u2018Kuier\u2019, waaronder tussen haakjes en in cursief \u2018Westerbork\u2019 toegevoegd is, zou zonder die toevoeging nietszeggend zijn geweest en krijgt nu door die toevoeging blikkerige accenten. In \u2018Basilyk\u2019 betoont de dichter zich een kwijlende sextoerist die enkel in ridicule clich\u00e9s \u2013 \u2018it molkene wyt \/\/ t-shirt: machtich ferwulfte fan frucht\u2019 \u2013 aan de lezer kan overbrengen wat zijn lust opwekt. En de moeizaam geversificeerde pastiche op \u2018Wobbelke\u2019 van Gysbert Japix, met regels als \u2018O, lit dan fan sjarren dyn teltsjes del\u2019 en het tot \u2018Heabultsje\u2019 verbasterde \u2018Heabeltsje\u2019, maakt weer eens duidelijk dat Friese auteurs binnen een humoristisch of cabarettesk genre zelden slagen.<\/p>\n<p>Koel-analytische strengheid is in <i>Dwingeh\u00f4f<\/i> afwezig, in de gedichten zelf evenzeer als in de bundel als geheel. De typografische vormgeving accentueert de onevenwichtige opbouw ervan. Vormen de zestien \u2018Lieten fan ferwinnen\u2019, ingeklemd tussen twee getinte, buiten de paginering gehouden bladen, een afdeling van dezelfde orde als de zes laatste gedichten, waaraan een binnen de paginering opgenomen, wit tussentitelblad met het opschrift \u2018Finsters\u2019 voorafgaat? En hebben de negen gedichten voorafgaand aan \u2018De lieten fan ferwinnen\u2019 en de acht gedichten tussen \u2018De lieten fan ferwinnen\u2019 en \u2018Finsters\u2019 eveneens onderlinge samenhang of niet? Vormen \u2018Tij\u2019 en \u2018See\u2019 op p. 36\u201337 misschien een tweeluik, net als de beide titelloze, romeins genummerde gedichten op p.&nbsp;14\u201315?<\/p>\n<p>Vragen die echter van ondergeschikt belang zijn bij een bundel die het niet van ordenende logica moet hebben maar van de intensiteit van taal, ter bezwering van de vergetelheid en het verzinken. In <i>Dwingeh\u00f4f<\/i> ontspoort dat incidenteel in quasi-filosofie, maar vaker verleent het de gedichten een zekere lucide geheimzinnigheid. Een paradoxale kwaliteit bewerkstelligd in taal. Meer nog dan een vuilstort is <i>Dwingeh\u00f4f<\/i> daardoor een composthoop: er bloeien mooie bloemen op.<\/p>\n<ul>Niet eerder gepubliceerd, augustus 2001.<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Over: Eeltsje Hettinga, Dwingeh\u00f4f, Steven Sterk, Utrecht 2000. De dichtbundel als omzoomde vuilstort van wat voorbijgaat: zoals eerder in zijn debuut Akten fan winter (1998) probeert Eeltsje Hettinga ook in Dwingeh\u00f4f, zijn tweede bundel, met grote inzet in taal te &hellip; <a href=\"https:\/\/www.konsenylje.nl\/?p=471\">Fierder l\u00eaze <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[114],"tags":[1046,25,27,29,44,45,65],"class_list":["post-471","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-114","tag-anna-achmatova","tag-douwe-tamminga","tag-edward-hopper","tag-eeltsje-hettinga","tag-gerrit-terpstra","tag-gysbert-japix","tag-max-beckmann"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/471"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=471"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/471\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16070,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/471\/revisions\/16070"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=471"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=471"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.konsenylje.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=471"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}