Het album amicorum van Ocke van Gratinga


 
Ook in Friesland braken in de zestiende eeuw moderne tijden aan. Toch hebben veel mensen van toen, ook representanten van de upper class, slechts vage contouren. Elke nieuw ontdekte bron is dan welkom, zeker als het een album amicorum betreft: alba bieden vaak veel biografische, genealogische en heraldische informatie. Toen de Koninklijke Bibliotheek in 1999 in één klap elf Friese alba uit de zestiende en zeventiende eeuw verwierf, de collectie Van Harinxma thoe Slooten, trok dat begrijpelijkerwijs de aandacht.1 Interesse zal ongetwijfeld ook bestaan voor een heel vroeg Fries album in het Allard Pierson van de Universiteit van Amsterdam, dat tot nu toe onbekend gebleven is: het album amicorum van Ocke van Gratinga.2

Tussen 1564 en 1569 verzamelde deze Ocke in zijn album zestien bijdragen, merendeels of wellicht allemaal geplaatst in Leuven en Keulen, vaak door eveneens in den vreemde verblijvende Friezen; zie de genummerde lijst hieronder. Twaalf bijdragen zijn voorzien van een geslachtswapen. Eén bijdrage toont bovendien een portret (nr. 2) en twee andere bijdragen hebben op de keerzijde van het blad een paginagrote illustratie overdwars (nr. 6 en 10). Opvallend is dat bij die beide bijdragen een inscriptie ontbreekt: ze zijn nooit afgemaakt. Alle voorstellingen zijn uitgevoerd in gouache en waterverf, door verschillende handen. Eén hand laat zich duidelijk in meerdere voorstellingen herkennen, namelijk in de wapens van nr. 3, 6, 10 en 14 en in de beide paginagrote illustraties.

Ocke legde zijn album aan in een doorschoten exemplaar van een gedrukt boek, de Emblemata van Andreas Alciatus, in een met talrijke houtsneden geïllustreerde editie, verschenen in 1564 te Lyon bij Guillaume Roville.3 Het boek steekt in een fraaie bruinleren band met goudstempeling en vergulde sneden, die met florale motieven geciseleerd zijn. In de benedenmarge van het titelblad zette Ocke zijn handtekening: ‘O. Gratinga’.

Ocke van Gratinga werd in 1532/3 geboren als zoon van Sicke van Gratinga en diens derde vrouw Popck van Bonga.4 Sicke was een zoon van Bocke van Burmania, die voor zichzelf en zijn nakomelingen de naam Van Gratinga aannam. Popck (–1558/9), afkomstig uit Kimswerd, was een dochter van Sybrant van Bonga en Gaets van Harinxma. Ocke was gehuwd met Bauck van Buygers (1546 – na 1620), dochter van Jan van Buygers en Reynsck van Auckama.

Van 1554 tot 1559 was Ocke prebendaris van het Sjaardemaleen te Franeker,5 op belofte dat hij na vier, vijf jaar het leen als priester zelf zou bedienen dan wel het leen als niet-gewijde zou teruggeven. Maar Ocke koos uiteindelijk niet voor een kerkelijke carrière. Hij ging studeren en moest daarvoor naar het buitenland. Tussen 30 juni en 30 september 1561 schreef hij zich in als lid van de Germaanse natie te Orléans.6 Blijkens inscripties in zijn album amicorum verbleef hij in 1564 en 1565 in Leuven (nr. 4, 8 en 11) en in 1568 en 1569 in Keulen (nr. 9 en 12), al komt zijn naam niet voor in de matrikels van de universiteiten daar.

Ocke overleed vóór 1570. Zijn weduwe hertrouwde op 5 november 1570 met Hector van Aytta (1546–1576) en huwde in 1581/2 een derde maal, met Jacobus Bouricius (1544–1622). Een portret van Ocke van Gratinga op 22-jarige leeftijd, gedateerd 1555 en toegeschreven aan Adriaen van Cronenburg, bevindt zich in het Fries Museum.7 Twee boeken uit bezit van Ocke met teksten van Griekse auteurs – Demosthenes, Herodotus, Thucydides – kwamen via de bibliotheek van de Franeker hoogleraar Petreius Tiara terecht in de Franeker Academiebibliotheek en bevinden zich nu in Tresoar te Leeuwarden.8

Het album van Ocke van Gratinga is in bezit geweest van de Duitse verzamelaarster en genealoge Elise Freiin von Koenig-Warthausen (1835–1921), die het binnen haar collectie betitelde als Stammbuch XVII. In juli 1884 noteerde zij gegevens over de contribuanten aan het album in een cahiertje, dat zich nog bij het album bevindt.9 In dat cahiertje liggen weer blaadjes met Nederlandstalige notities van een anonieme eerdere bezitter uit de tweede helft van de negentiende eeuw. In het album zelf is op het dekblad voorin een knipseltje geplakt uit een niet geïdentificeerde Duitse veilingcatalogus. Op 3 november 1967 kwam het album als kavel 1358 onder de hamer bij het veilinghuis Karl & Faber te München.10 De Universiteitsbibliotheek Amsterdam verwierf het op die veiling dan wel kort daarna van een antiquaar.

Albumbijdragen

1. Hessel van Hania, z.pl., 30-04-1569. Opdracht: ‘Consanguinitatis ergo haec sua depingi curauit insignia Auunculo suo colendo. Occoni a Gratinga. Hesselius Hania. phrisius occiduus Anno Salutis 1569. pridie calendas Maij’. Tegenover p. 15.

Zoon van Watze van Hania en Ydt van Gratinga; oomzegger van Ocke; geïmmatriculeerd te Keulen op 12-06-1560, te Leuven op 04-07-1561 en te Heidelberg op 15-01-1568; in 1581 gehuwd met Wick van Hermana (–1596); overleden in 1584; begraven in Jorwert.


2. Katharina van Gratinga, z.pl., 1565. Inscriptie: ‘In Memoriam mei. K.G.’. Motto: ‘Pense pour la fin’. Tegenover p. 25.

Dochter van Sicke van Gratinga en zijn eerste echtgenote Ydt van Dekema; halfzus van Ocke. Volgens het Stamboek van de Friesche adel was zij non te Haarlem.11 Volgens het Burmaniaboek van Upcke van Burmania was zij gehuwd met Goffe Aebinga.12 Katharina steunt met haar linkerhand op een ruitvormig schild met haar wapen, in haar rechterhand houdt zij een zesbladige bloem.


3. P.C.E. van Heerma, [Leuven], 12-07-1564. Opdracht: ‘Nobili et insigni probitate. D. Occoni a Gratinga amico meo amicissimo, hoc arctiss. necessitudinis sijmbolum .P.C.E. ab Heerma. Anno 1564 .4. idus Julij.’ Motto: ‘NOCVIT DIFFERRE PARATIS’ (Wat rijp is voor uitvoering, lijdt schade door uitstel, Lucanus, Phars. I, 281). Tegenover p. 26.

Niet geïdentificeerd. Een zekere Gerrolt van Heerma geïmmatriculeerd te Leuven op 12-09-1563; zoon van Johan van Heerma en Syts van Juwinga; gehuwd met Doedt van Hania; overleden in 1589. Droeg bij aan het album van Johan van Eck (te Leuven op 21-08-1565).13


4. Johann Weinmaister, Leuven, 14-09-1565. Opdracht: ‘Nobilitate, nec non doctrina predito viro D. Occoni à Gratinga, in perpetuam sui memoriam scripsit Ioannes Weinmaisterus Monacensis. Louvanij, XIIII. die septembris Dlx0 et v [?]’. Motto: ‘Au seul Dieu gloire’. Motto in afkorting: ‘CMK’. Tegenover p. 31.

Afkomstig uit München; geïmmatriculeerd te Leuven op 15-11-1563 (‘Joannes Wymeester, Monacensis’). Droeg ook bij aan de alba van Ludwig Miller (in 1562)14 en Paul Heß (te Leuven op 30-05-1564).15


5. Persaquis?, z.pl., 05-06-1565. Opdracht: ‘Singularis amicitae gratia ponebat Anno 1565. nonis junijs Persaquis [?] [handmerk]’. Motto: ‘Justitiam cole’ (Draag zorg voor gerechtigheid, Cicero, De re publica, 6.16). Geen wapen. Tegenover p. 35.
Een lijmvlek onder de inscriptie doet vermoeden dat er op het blad nog een voorstelling (een prent?) geplakt gezeten heeft.


6. Ocke van Gratinga?, [Leuven], 1564. Alleen jaartal en motto: ‘QVI PATITVR VINCIT’ (Wie kan verduren, overwint). Tegenover p. 43.
Op de keerzijde een allegorische voorstelling over de liefde, waaarin personificaties van de deugden Caritas en Fortitudo strijden met (vermoedelijk) de ondeugd Invidia. Een op de vloer liggende vrouw – Invidia (Afgunst) – probeert een hart met een touw naar zich toe te trekken, een tweede vrouw – Caritas (Liefde) – gaat het touw doorknippen met een schaar, een derde vrouw – Fortitudo (Standvastigheid, met haar attributen, een leeuw en een zuil) – steekt de eerste met een speer in de borst, en een kind – attribuut van Caritas – bekogelt haar met stenen. Tegenover p. 42.

De anonieme eerdere bezitter en Elise Freiin von Koenig-Warthausen noemen Ockes halfbroer Bocke van Gratinga, zoon van Sicke van Gratinga en diens eerste echtgenote Ydt van Dekema, gehuwd met Ymck van Roorda. Wapen identiek aan een wapenbord in het Fries Museum.16


7. Wytze van Camminga, z.pl., 1564. Opdracht: ‘Nobili, docto, ac studioso juveni, D. Occoni A Gratinga hoc amicitiae perpetuae symbolum Wijtzo a Cammijga poni curauit. 1.5.64.’ Motto: ‘SPES MEA CHRISTUS’ (Christus is mijn hoop). Tegenover p. 51.

Zoon van Tiete van Camminga (–1552) en Trijn van Hottinga (–1572); geïmmatriculeerd te Leuven op 29-03-1564; overleden in 1607 in een klooster in Osnabrück.


8. Sebastian Ridler, Leuven, 14-09-1565. Opdracht: ‘Nobilitate et eruditione praestanti uiro D. Occoni à Gratinga, iusti pingi sua te insignia Sebastianus Ridlerus Monacensis, in sui memoriam, actum Louvanij 14 septembris.’ Motto: ‘Mein hofnung stet allein zu Gott. Der vnns khann helfen auf allernot.’ Motto in afkorting: ‘S.I.D.M.’. Tegenover p. 54.

Geïmmatriculeerd te Leuven op 12-11-1563. Droeg ook bij aan de alba van Ludwig Miller (in 1563) en Paul Heß (te Leuven op 28-06-1564).


9. Syds van Scheltema, Keulen, 04-05-1569. Opdracht: ‘Nobili ac honesto viro D. Occoni gratinga perpetuae amicitiae atque memoriae ergo, conuictori suo iucundissimo, haec pingui curauit Sixtus de Scheltema Anno 1569 Mense Maij 4 Colonie’. Motto: ‘Ne quid nimis’ (Alles met mate, Terentius, Andria 61). Tegenover p. 66.

Zoon van Schelte van Scheltema en Ursel van Herckema (–1582); gehuwd met Tjemck van Aylva (–1615); overleden in 1611.


10. N.N., [Leuven, 1564?]. Wapen zonder inscriptie. Tegenover p. 119.
Op de keerzijde een mythologische voorstelling: Het oordeel van Paris. Geflankeerd door Amor en Hermes houdt Paris de gouden appel omhoog die hij moet toekennen aan de mooiste van de drie godinnen die voor hem staan: Hera, Athene en Aphrodite. Tegenover p. 118.


11. Albert Pronner, Leuven, 02-12-1564. Opdracht: ‘Nobili, ac docto Adolescenti D. Occoni à Gratinga Frisio, Albertus Pronner Monacensis haec sua insignia in perpetuum amicitiae uinculum pingi curauit Louanij IIII Nonas Decembris Anno M.D.LXIIII.’ Motto: ‘W[...] Gott [...]r Vrundt [?]’. Tegenover p. 143.

Afkomstig uit München; geïmmatriculeerd te Leuven op 15-11-1563. Droeg ook bij aan de alba van Ludwig Miller (in 1562) en Paul Heß (te [Leuven] in 1564). Met een extra haaltje is Pr in ‘Pronner’ op enig moment veranderd in een B. De anonieme eerdere bezitter en Elise Freiin von Koenig-Warthausen lezen dan ook ‘Albertus Bonner’ en identificeren hem met een gelijknamige Leeuwarder burgemeester.


12. Luert Huinga, Keulen, 31-12-1568. Opdracht: ‘Nobili, generoso, atque docto Viro D. Occoni a Gratinga conuiflori suo charissimo haec paucula scribebat Luderus Huingha in perpetuae amicitiae memoriam. Coloniae anno 1568 ultimo Decembris.’ Citaten: ‘Sal uitae amicitia’ (Vriendschap is het zout des levens), ‘Solem ex mundo tollit qui e uita amicitiam’ (Aan het leven de vriendschap ontnemen is als de wereld van de zon beroven, Cicero), ‘Amicitiam cum nemine iungito, priusque exploraueris quimodo prioribus usi fuerint’ (Isocrates). Motto in afkorting: ‘A G W L’. Geen wapen. Tegenover p. 172.

Zoon van Wolter Huinga (–1587) en Anna Rengers; geïmmatriculeerd te Heidelberg op 10-12-1566; gehuwd met Frouke Entens; overleden in 1587.17


13. Johannes Renesse, z.pl., 1568. Inscriptie: ‘En dieu tes meditations, | propos et operations, | en dieu ta iunesse, et veillesse, | en dieu ton desir et richesse, | ton plaisir, ta joye, et ta gloire, | ton appuy, confort, et victoire, | en dieu ton principe et (a fin, | qu’ hereux tu sois) en dieu ta fin.’ (ontleend aan Pierre Ravillian, Instruction chrestienne, Antwerpen: Christoffel Plantijn, 1558, keerzijde titelpagina, ‘Au lecteur’). Motto: ‘C’est a jamais’. Geen wapen. Tegenover p. 179.

Afkomstig uit Utrecht; geïmmatriculeerd te Leuven op 04-04-1564. Droeg ook bij aan het album van Ludwig Miller (in 1564).


14. Frederik Verstrepen, [Leuven], 22-06-1564. Opdracht: ‘Adolescenti generoso occoni a Gratinga Phrijsio, fridericus Verstrepen Machliniensis conuictori suo iucundissimo perpetuae amicitiae ergo hoc symbolum deno dedit 1o calendas Julii Anno 1564.’ Motto: ‘Sustine et abstine’ (Duld en onthoud u, Gellius 17, 19, 6, naar Epictetus). Tegenover p. 200.

Afkomstig uit Mechelen; geïmmatriculeerd te Leuven op 08-05-1564. Droeg ook bij aan het album van Ludwig Miller (in 1563).


15. Gerrolt van Camminga, z.pl., z.d. Opdracht: ‘Nobili ac judicto adolescenti occoni a Gratinga in memoriam perpetuae amicitiae Geroldus a Cammyga poni curauit haec sua insignia’. Motto: ‘FLOS VIRTVTIS PERPERTVVS’ (Deugd is een eeuwigdurende bloem). Tegenover p. 219.

Geboren in 1546; zoon van Minne van Camminga en Luts van Herema; geïmmatriculeerd te Leuven op 29-03-1564; gehuwd met Atje van Ockinga (–1605); overleden te Leuven in 1589. Een portret van Gerrolt op zesjarige leeftijd, geschilderd door Adriaen van Cronenburg en gedateerd 1552, in het Fries Museum.18


16. Hans van Oostheim, z.pl., 1564. Inscriptie: ‘Was schaet gewagt | Frisch vnverzagt | Noch eyn mael’. Ondertekend met ‘Johan von Ostheym’. Geen wapen. Tegenover p. 224.

Zoon van Hessel van Oostheim, grietman van Idaarderadeel, en Teth van Burmania; gehuwd met Tryn van Galama (–1603); overleden in 1603 aan de pest. Vanaf 1594 kapitein in het Staatse leger, nam deel aan de Slag bij Nieuwpoort.19


Noten

Met dank aan André Buwalda voor enkele biografische en genealogische gegevens, aan Martin Engels voor enkele correcties en zijn observatie over de wijziging van ‘Pronner’ in ‘Bonner’, en aan Larissa van Vianen voor haar waardevolle suggesties omtrent de iconografie van de allegorische voorstelling.

  1. Zie over die alba Kees Thomassen & Klaas van der Hoek, ‘Drie broertjes op reis. De alba amicorum van Homme, Juw en Pieter van Harinxma’, Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 7 (2000), p. 125–158; Klaas van der Hoek & Kees Thomassen, ‘De kolleksje Van Harinxma thoe Slooten. Alve Fryske alba amicorum wer foar it ljocht,’ Fryslân 6 (2000), nr. 1, p. 27–30; Yme Kuiper & Kees Thomassen, Banden van vriendschap. De collectie alba amicorum Van Harinxma thoe Slooten, Franeker 2001.
  2. Allard Pierson, Universiteit van Amsterdam, Hs. XXI C 9. Het album ontbreekt in C.L. Heesakkers & K. Thomassen, Voorlopige lijst van alba amicorum uit de Nederlanden voor 1800, ’s-Gravenhage 1986. Het wordt wel genoemd in Wolfgang Klose, Corpus alborum amicorum. Beschreibendes Verzeichnis der Stammbücher des 16. Jahrhunderts, Stuttgart 1988, p. 31, maar zonder vermelding van de huidige bewaarplaats. Het album is sinds kort online raadpleegbaar.
  3. D. And. Alciati Emblemata denuo ab ipso autore recognita [...], Lugduni: apud Gulielmum Rovill, 1564.
  4. Zie over Sicke en Popck onder meer: A. van Halmael & M. de Haan Hettema, Stamboek van den Frieschen, vroegeren en lateren, adel [...], I, Leeuwarden 1846, p. 66; D.J. van der Meer, ‘De pseudo-Burmania’s en Rienck van Hemmema te Hitsum’, Genealogysk jierboek 1994, Ljouwert 1994, p. 23–40, met name 26–28; Paul Noomen, ‘De genealogie van de Friese adel volgens Upcke van Burmania VIII. Burmania, te Birdingaterp, te Hitsum en Gratinga’, Genealogysk jierboek 2000, Ljouwert 2000, p. 128–154, met name 140–141.
  5. Herman Hazelhoff, Edwert Sjaardema’s erfenis. Van prebende tot stichting, Franeker 1993, p. 45, 52, 57. Zie over het Sjaardemaleen ook Hein Walsweer, ‘In “certaine prébende en l’église de St Martin en Franeker”. It Sjaardemalien opnij besjoen’, It Beaken 62 (2000), p. 27–55.
  6. M.H.H. Engels, ‘De Franeker academiebibliotheek vóór 1700’, in: Ph.H. Breuker & Michaël Zeeman (red.), Freonen om ds. J.J. Kalma hinne, Leeuwarden 1982, p. 266–284. Een bewerking is raadpleegbaar op de website van Martin Engels.
  7. Leeuwarden, Fries Museum, nr. S02009. Het portret draagt het opschrift ‘LOFT GODT ALTYT ÆTATIS SVE 22’.
  8. Engels 1982. Het betreft Habes lector Demosthenis Græcorum oratorum omnium facile principis Orationes duas & sexaginta [...], Bazel: Johannes Hervagius, 1532 (Tresoar, 793 TL fol); en Herodoti libri novem, qvibvs mvsarvm indita svnt nomina Clio [...], Bazel: Officina Hervagiana, 1557, samengebonden met Thvcydides cvm scholiis et antiqvis et vtilibvs sine qvibus author intellectu multum est difficilis [...], Bazel, Officina Hervagiana, [1540] (Tresoar, 449 G fol).
  9. Zie over haar en haar collectie: Gerhard Seibold, ‘Die Sammlerin Elise Freiin von Koenig-Warthausen. Versuch einer Würdigung am Beispiel von Handschriften aus ihrem Besitz’, Zeitschrift für Württembergische Landesgeschichte 70 (2011), p. 431–453. Veel alba uit haar bezit gaan vergezeld van een dergelijk cahiertje.
  10. Veilingcatalogus Bücher, Autographen. Auktion 108, Karl & Faber, München, 2/3-11-967, p. 196 (nr. 1358).
  11. Van Halmael & De Haan Hettema 1846, p. 66.
  12. Noomen 2000, p. 153 (noot 153).
  13. J.G. Smit, ‘Het album amicorum van Johan van Eck’, Flehite. Tijdschrift voor verleden en heden van Oost-Utrecht 7, nr. 3 (november 1975), p. 44–53: 48.
  14. Sigmaringen, Fürstlich Hohenzollersche Bibliothek, Hs. 457. Zie Klose 1988 en het Repertorium alborum amicorum (RAA).
  15. Particuliere collectie. Zie Walther Ludwig, Beispiele interkonfessioneller Toleranz im 16.–18. Jahrhundert. Zwei humanistische Stammbücher und die christlichen Konfessionen, Hildesheim / Zürich / New York 2010 en het RAA.
  16. Leeuwarden, Fries Museum, nr. S01712B.
  17. Redmer Alma, ‘Rudolf Huinga te Uithuizermeeden. De achtergrond van een bijzonder monument’, Groninger Kerken 33, nr. 2 (april 2016), p. 49–52, 69–70.
  18. Leeuwarden, Fries Museum, nr. OKS 1993-002, bruikleen van de Ottema-Kingma Stichting.
  19. Zie de website De Friese Regimenten.

This entry was posted in Fynsten and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.